
Op de lijn waar het glas wordt samengevoegd, worden de uiteinden van de lampen snel zwart wanneer de lamp te vaak aan en uit wordt gezet. Ook kan dit gebeuren wanneer de balast niet goed is afgesteld op de elektrische eigenschappen van de lamp. Hierdoor verandert de spectroscopische uitstoot van de lamp, neemt de piekbelasting af en begint het proces van koppeling tussen de verschillende lagen niet goed te werken.
Wat technisch gezien belangrijk is
Voor het samenvoegen van glas gebruiken we UV-lampen met kwikdamp. Deze lampen leveren een stabiele spectroscopische uitstoot op op een golflengte van 365 nm – precies waar veel fotoinitiatoren energie efficiënt kunnen opnemen. Het gaat hier om de energiesamenstelling die wordt gemeten in mJ/cm², en niet om een vage term als ‘intensiteit’. Een constante energiedichtheid van 1200 mJ/cm² zorgt er meestal voor dat de dikte van de verhardingslaag en de dekking aan de randen consistent blijven, zelfs bij 24/7 gebruik. De piekbelasting wordt gereguleerd door de geometrie van de reflector en de dichroïsche laag, en niet door het overdreven gebruiken van de lamp. Overdreven gebruik versnelt juist het verslechteren van de lamp.
Waarom dit werkt
Bij het samenvoegen van glas is het belangrijk dat het proces reproduceerbaar is, zonder thermische schokken. We passen de lamp aan op de parameters van de balast, zodat er minder stress ontstaat bij het inschakelen van de lamp. Hierdoor wordt het proces van koppeling tussen de verschillende lagen versneld. Men kan rekenen op een levensduur van 3000–5000 uur voordat de uitstoot onder het vereiste niveau daalt. Dit betekent minder vervangingen van de lampen, minder stilstand en minder producten die niet goed zijn verhard.
Wat je moet controleren
Zorg ervoor dat de lamp goed past bij de balast en de behuizing. Als de driver de benodigde stroom en startcondities van de lamp niet kan leveren, zal de lamp toch te vroeg zwart worden en zal de lichtsterkte sneller afnemen – zelfs met een hoogwaardige lamp. Controleer ook of de reflector goed is gealigneerd en schoon is; een slecht gealigneerde reflector kan de uitstoot met 20% of meer verminderen. Zorg er ook voor dat de lamp vrij is van ozon, zodat de luchtstroom in de behuizing niet wordt belemmerd. Noteer ook de hoeveelheid energie die wordt afgegeven en het aantal uren dat de lamp wordt gebruikt, zodat je de lamp op tijd kunt vervangen.